In een tijd waarin winnaars van Idols en X-factor wedstrijden bovenaan de charts staan is het al heel wat als plots een ouderwetse Engelse groep de lijsten aanvoert. In het Verenigd Koninkrijk is het inmiddels zover voor Kasabian en Nederland zou zomaar eens kunnen gaan volgen. Want waar de platenmaatschappij in al haar wijsheid de tweede cd van het viertal in eerste instantie niet eens wilde uitbrengen in Nederland, lag het nieuwe werk binnen de kortste keren in de winkels. Dat is terecht.
Is het Oasis? Is het The Prodigy? Primal Scream? Geen band ter wereld kan zo goed jatten en bewerken als Kasabian het op dit moment doet. Bij elk nummer bekruipt je wel het gevoel het eerder gehoord te hebben, maar waar? Zanger Tom Meighan heeft goed geluisterd naar Oasis als het om intonatie en zang gaat. De rest van de groep zal het handboek Britpop waarschijnlijk wel uit het hoofd kennen.
Dat is zowel de sterkte en de zwakte van de groep, die in Nederland zonder problemen over straat kan lopen zonder herkend te worden. Gezichtsloos, niet bijzonder genoeg. Toch is de derde cd van de groep, met referenties aan Britpopgroepen als The Happy Mondays, wellicht ook commercieel genoeg voor de Nederlandse markt. Er staan aanstekelijke meezingers op, zoals de nieuwe single Where did all the love go?, Fire (de grootste hit van de band tot nu toe) en Take Aim.
Moet Oasis bang zijn de hegemonie kwijt te raken aan Kasabian? Ja, maar dat ligt tevens aan de zwakte van het werk van de broertjes Gallagher. Kasabian heeft een leuke, onderhoudende cd gemaakt, met enkele uitschieters. Soms lekker dansbaar, soms lekker rockend. Niets meer en niets minder.

