Waar ligt uw (fysieke en/of zakelijke) grens?

Een vraag die mij al lang bezighoudt is die van de grenzen aan de menselijke mogelijkheden. Zeker op zakelijk gebied. Waar ligt de (zakelijke) grens, zowel fysiek als mentaal? Sport geeft in dat opzicht een mooi voorbeeld van grenzen die steeds weer verder opschuiven, zoals de 1500 meter binnen de 4 minuten (Sir Roger Bannister in 1954, inmiddels ligt het WR op 3.27), de marathon binnen de 2 uur (WR nu rond 2.05). Zaterdag was ik op televisie getuige van een majestueuze sportprestatie, die ver uitstak boven het maaiveld. En opmerkelijk genoeg tot stand gekomen zonder trainingsschema’s, coaches of speciale diëten. Leggen wij onszelf grenzen op die te laag liggen? Is de psyche bepalend voor wat echt kan?

Ik hoor het heel vaak in mijn dagelijkse werk. Zinnen als ‘dat kan helemaal niet’, ‘dat is nog nooit gedaan’, ‘je loopt te ver vooruit op de troepen’ et cetera. Voor mij vaak JUIST een motivatie om iets te proberen of door te zetten. Voor velen het punt direct te stoppen het ook maar te proberen. In mijn ogen maakt het feit dat mensen onneembare barrières zien grote sprongen voorwaarts onmogelijk.

Gelukkig zag ik op zaterdag een sportgebeurtenis die ik niet snel zal vergeten en die mij WEL deed denken aan een grote sprong voorwaarts (vergeet even Mao en de culturele revolutie, dit gaat over iets anders). Ik laat u niet langer in spanning. Tijdens het WK wielrennen wint de uit Babyloniënbroek (dat dorp bestaat dus echt in Nederland) afkomstige Marianne Vos de wereldtitel bij de vrouwen. Voor de ouderen onder ons in eerste instantie niet eens zo heel bijzonder, we kennen allemaal nog Keetie van Oosten-Hage of Leontien van Moorsel. Vos is de zevende Nederlandse wereldkampioene op de weg, so what’s new?

Wat het bijzonder maakte was zowel de leeftijd van de winnares, 19 jaar slechts en eerstejaars senior, als het verschil met de rest. Marianne Vos won niet met wieldikte of fietslengte. Nee. Marianne Vos won de sprint van de groep met een straatlengte. Het hele peloton werd in de sprint op zo’n 8 tot 10 fietslengtes gereden. Vos is een natuurtalent. Zeker. Maar hoe kan het dat een jonge vrouw zo veel harder kan sprinten dan de rest, vaak volwassen en zeer ervaren wielrensters? Ik zie uw bedenkingen..doping? Nee, ik denk het niet. Ik denk dat het door iets anders komt.

Eerst laat ik hiertoe Marianne Vos zelf aan het woord, afkomstig uit een interview in het NRC van zaterdag: “Ik heb nog nooit een dieet of trainingsschema gevolgd! Ik eet gevarieerd en train op mijn gevoel. Hard als het naar mijn idee wat harder kan, minder als ik me niet zo goed voel.’ Vos heeft geen metaal begeleider of personal coach. Ongecompliceerd zeker, vrijblijvend dus niet. Vos is een vechtster die de top wil halen en niet bang is. Ze is daarnaast niet alleen sinds gisteren wereldkampioen op de weg, ze is ook al wereldkampioen veldrijden, Europees en Nederlands kampioen op de weg geworden. Alles binnen EEN jaar!

Wat maakt haar in mijn ogen zo succesvol? Juist die ongecompliceerde aanpak en het NIET kijken naar anderen (‘so much for’ concurrentie analyse van Porter!). Waar ik pleit voor het leren van anderen bij standaardsituaties in het voetbal (de strafschop) daar geloof ik ook in het uitgaan van de eigen kracht en het niet teveel kijken naar grenzen, zeker niet als die grenzen zijn opgelegd door anderen of ouderen die het beter weten. Vergelijk Vos maar eens met Eric Heiden of Chad Hedrick, twee grote schaatskampioenen uit de Verenigde Staten. Ik zie het schaatsplankje van Heiden nog voor me. Daarmee kon hij trainen in de zomer….DE ZOMER! De VS heeft een ‘Schaatscultuur’ van likmevestje. Maar het brengt meer (wereld of olympisch) kampioenen voort dan Nederland. In mijn ogen juist OMDAT ze geen cultuur hebben en niet vast hoeven te houden aan trainingsschema’s, rondetijden (ronde 30,3) en grenzen. Ik hoor het Leen Pfrommer, de legendarische (en best succesvolle) Nederlandse schaatstrainer nog roepen ‘dit kan helemaal niet’. Precies. omdat Pfrommer uitging van bestaande waarden en grenzen en rondetijden. Iets waar Heiden, of Hedrick en wereldkampioen Shani Davies geen enkele boodschap hebben. Ander voorbeeld: de schaatstechniek bij de Duitse vrouwen. Erbarmelijk! Maar ze gaan wel hard!…..heel erg hard! En de Nederlandse vrouwen maar schaven aan de techniek…..nee dus: hup dames, het krachthonk in!

Marianne Vos wint superieur de sprint van het peloton omdat ze uitgaat van eigen kracht en zich niet laat beperken door schema’s die verouderd zijn of zijn bepaald door de huidige ‘state of the art’. Daarom wint ze met enorme overmacht. Buitenaards. Hoe lang dit duurt weet ik niet. Je ziet vaak dat als de superioriteit te groot is, ook in het bedrijfsleven, dat dan snel en plots het verval intreedt. Laten we nu maar genieten van een natuurtalent, dat zich de wet niet laat voorschrijven door…verkeerde of verouderde wetten.

Mijn vraag aan u is nu echter: Waar liggen uw grenzen? Doet u weleens iets niet omdat het nog nooit is gedaan? Of omdat de huidige wijsheid zegt dat je het anders moet doen? Heeft u misschien toch gelijk? Wat weerhoudt u ervan het anders te willen doen?

5 thoughts on “Waar ligt uw (fysieke en/of zakelijke) grens?”

Geo van Dam 15 jaar ago

Beste Gyuri,
Tja, wat is wijsheid…. ik ben zelf drie jaar geleden als trainer aan de slag gegaan vanuit een functie als divisiedirecteur (duur woord voor business unit manager) in de farmaceutische indrustrie. Uit ontevredenheid en rebelsheid ten opzichte van gangbare methodes van training, opleiding en begeleiding in sales en marketing. Wij betaalden forse bedragen voor allerlei trainingen die pretendeerden betere verkopers van mensen te maken. Terwijl de meeste mensen zelf de beste verkoper waren toen ze een jaar of 4 waren. Toen vroegen ze gewoon, zonder belemmeringen, zonder gene om wat ze wilden. En als het niet lukte om een snoepje te krijgen van moeder gingen ze naar vader, of oma of opa, of de buurvrouw. Of ze vroegen “waarom niet…?”. Nieuwsgierig en verbaasd als ze waren. Maar ze dachten niet: “Oh jee, mama is subdominant introvert, ai dat is een type dat me moeilijk ligt”. En ze dachten ook niet: “ik heb mijn dag niet vandaag…” Of: “Ik ben gewoon geen goeie verkoper”.
En onze beste verkopers in de markt waren in de training niet de beste. Die pasten vaak niet in het systeem van bureau x, y of z. Daar klopte dus iets niet… Dat is ook de drive voor mij om het in onze trainingen anders aan te pakken. Bij het fundament beginnen. Geen situatiespecifieke technieken leren. Dat brengt beperkingen in denken en doen met zich nee. Maar mensen hun eigen authentieke kracht helpen leren ontdekken. Denken en doen in ruimte en mogelijkheden. Ze letterlijk in beweging zetten. Meer letterlijk ontwikkelen dan er allerlei nieuwe technieken instoppen. En ze vanuit een fundamenteel ander concept hun eigen problemen leren oplossen. Dan voorkom je dat er op onjuiste vooronderstellingen gebaseerde grenzen worden ingebouwd. En nog wel door de training… De wijze van leren bepaalt dus voor een groot deel of er letterlijk mentale belemmeringen worden gecreeerd. Zonde. Nergens voor nodig. Je kunt iemand een backhand leren slaan in een fractie van de tijd die nodig is voor de klassieke, instructiegewijze training. Door de leerling zelf te laten ervaren en voelen wat er gebeurt. Meer niet. Bij een training onderhandelen is de techniek vaak niet het probleem. Wel de angst om te verliezen, of de angst om afgewezen te worden. Daar moet je dus mee aan de slag. Dat doen we ook weer letterlijk: we zetten mensen in beweging. Tuurlijk komt er uiteindelijk wel techniek bij kijken, maar dat komt pas op het laatst. En dan nog weer niet expliciet. Uiteindelijk durven mensen dan zonder teveel na te denken gewoon te doen: verkopen, presenteren, leiden, golfen, tennissen, schaatsen, pokeren. En hoe minder we denken tijdens het uitvoeren van de taak, hoe beter het gaat. Dat is nogal tegendraads. Het lijkt ook soft…. maar wat is soft als je met een training een rendement behaalt van 52 %. Of wanneer je door een dergelijke training in een half uur tijd bij een spel poker de kosten voor de hele training 4x hebt terugverdiend… Dan is tegendraads niet alleen leuk maar het loont ook nog. En voor mij het allerbelangrijkste: de waardering die deelnemers uitspreken over de persoonlijke groei die ze hebben doorgemaakt…

Geo van Dam

werner meddens 15 jaar ago

Hoi Gyuri

De 1500 meter in 3.27? Lijkt me niet echt een toptijd of is dat de tijd die jij schaatst zonder trainning of schema’s.

Je bedoelde natuurlijk de 3 km het is je vergeven.

Een leuk artikel zelf ben ik, werkzaam binnen de jeugdzorg, ook regelmatig bezig paden te betreden waarvan andere denken dat het nooit iets zal worden. Gezien de voortschreidende burocratisering in ons werk moet dat ook wel. Het is dan ook vaak een kick als het lukt iets buiten de gebaande wegen voor elkaar te krijgen en een lange neus te trekken naar degene die dat niet voor mogelijk hadden gehouden.

Met vriendelijke groet

Werner

Anoniem 15 jaar ago

Ha Werner,

Wellicht dat ik zelf de 1500 op de schaats zelfs nog niet eens binnen de 2 uur haal, maar in dit voorbeeld gaat het om de 1500 meter hardlopen…het lijkt erop dat de preoccupatie van de Nederlander gericht is op schaatsen en niet op het veel minder populaire atletiek,

vg

Gyuri

William Vananderoye 15 jaar ago

Niet dat het van wereldbelang is, maar het WR 3000 m-schaatsen (M) bedraagt momenteel 3:37:28 (Ervik). Haast dubbel zo snel als de 3000m-lopers. Heb ik even opgezocht, want zo’n dingen zitten nu eenmaal niet kant-en-klaar in mijn hoofd. Bovendien, behalve onze shorttrackers en een “overgelopen” Nederlander, zijn wij snelschaatsonkundig.
Presteren puur op talent en natuurkracht en zonder “belemmerende” trainings- en voedingsschema’s? Toevallig heb ik jullie Marianne Vos die spurt zien winnen: niet met één, maar met drie straten voorsprong zoals we dat in Vlaanderen niet zonder zin voor overdrijving zeggen. Maar om deze knappe prestatie als argument aan te voeren om maar “op het gevoel af” te gaan werken…? Lijkt me wat geforceerd, niet? En je kan niet zomaar een sportinspanning op dezelfde leest schoeien als een job. Een sportman of -vrouw moet afrekenen met een of meerdere tegenstanders die precies hetzelfde beperkte doel voor ogen hebben. Iemand die aan een sowieso sceptische medemens een product moet verkopen daarentegen, staat voor een complex geheel van factoren en omstandigheden die toch wel iets meer bagage veronderstellen dan “aangeboren talent”.
Wat niet wegneemt dat Gyuri Vergouw een stevig punt scoort als hij betoogt dat “wil” doorslaggevender is dan “techniek”. En dat trainings-programma’s (zeker door dure externen aangepraat) vaak haaks staan op waar het echt om gaat: je eigen competenties leren ontdekken en ontwikkelen.
Weet je, het toverwoord is: erkenning! Wanneer een medewerker echt erkenning en respect krijgt voor wat hij of zij doet, dan heeft die verder nog maar weinig duwtjes nodig om de prestaties nog op te drijven. Zonodig met wat functionele vorming erbij. Dat besef van “Verdomme, ik kan toch wel wat!” is de beste drijfveer die je kan hebben. En ik weet zeker dat Marianne Vos dat bij zichzelf ontdekt heeft! Dit dus vasthouden en… technisch bijschaven, is de boodschap.
Van erkenning gesproken: gelukgewenst, Nederland, met haar wereldtitel.

XP Radix 15 jaar ago

Kijken naar de concurrentie, of nog erger: benchmarken, leidt de aandacht alleen maar af van de eigen kracht. Als het om tactische redenen gebeurt is de schade nog te overzien, maar als onderdeel van de strategie is het funest. Het leidt tot grauwe middelmaat en onnodige kosten. Om de analogie met sport aan te houden: kijk eens wat er gebeurt als roeiers uit de boot (naar hun tegenstanders) gaan kijken. Dat gaat meteen ten koste van de techniek en de snelheid. Ook de concentratie (zal ik nu kijken, moet ik straks weer kijken, …) verdampt.
Nee, de prestaties van Marianne Vos en Eric Heiden zeggen vooral iets over het bedroevende niveau van de gevestigde orde, die de ontplooiing van talent beperkt door schema’s en dopingregimes te kopieren en daarbij te bezuinigen op persoonlijke rust en ritme.
Zelfs een perfecte kopie wordt niet gemakkelijk beter dan het origineel. Het gaat niet om het kopieren van anderen, maar om originele visie. Om de kansen te verzilveren is er ook behoefte aan talent en discipline, maar vooral aan een onbevangen houding en de wil om grenzen te blijven verleggen. Een keer winnen kan toeval zijn. Keer op keer blijven winnen, dat is waar het om draait. En dat kan alleen als je steeds jezelf verslaat. Het overwinnen van de tegenstanders is het gevolg, maar mag nooit het doel zijn.
In de sport moet je af en toe als eerste een grens verleggen, anders krijg je geen grote records op je naam. Maar kijk eens hoe snel die records meestal worden geevenaard (met als uitzonderingen het verspringen in 1968 en de sprint van Ben Johnson in 1988).
Als iedereen zit te slapen, en alleen maar met de tegenstanders bezig is, komt vooruitgang per definitie van buitenstaanders (als er een sport is die alleen maar bestaat uit penalties, zou daar de opvolger van John van ’t Schip vandaan moeten komen – misschien moet de mental coach van Raymond van Barneveld Marco van Basten eens bellen).
Het is de kunst om de onbevangenheid van de buitenstaander om te zetten in een langdurige reeks overwinningen, die verder reikt dan een of twee seizoenen. Bob Beamon kwam nooit meer terug, en Ben Johnson werd op dubieuze wijze van zijn titel beroofd (en werd daarmee de eerste in een lange serie schorsingen van sprintkampioenen die aantoont dat op de ultrakorte aftand het verbeterpotentieel wel erg klein is geworden). Eigenwijze ondernemers zoals Steve Jobs en Richard Branson weten hun positie als challenger goed te cultiveren en in verschillende markten succes te boeken. En zo komen er ook in Nederland langzamerhand meer adviseurs die de overhead van het uren schrijven hebben geelimineerd, en daardoor voor ongelofelijk lage tarieven kunnen werken. Sterker nog, er zijn zelfs onderzoekbureaus die voor eigen rekening en risico onderzoek doen, en met de resultaten in de hand hun nieuwe opdrachtgevers benaderen. Daarmee kunnen zij een deadline accepteren die voor de reguliere onderzoekers nog te krap is om een planning op te leveren. Onderzoek dat bij de gevestigde orde 12 maanden zou duren, kan daardoor in 3 maanden worden uitgevoerd. En alleen al doordat er slechts 3 (en geen 12) maanden sprake is van project- en accountmanagement, wordt het budget ook veel effectiever besteed en kan de vaste prijs ongelofelijk laag liggen. Terwijl eventuele concurrenten nog schaven aan hun offerte, zijn deze challengers al klaar met de presentatie van de conclusies. Dat roept wellicht de vraag op waarmee zij het eigen onderzoek dan financieren. Krijgen zij soms subsidie, staatssteun of andere vormen van oneerlijke bedrijfsdoping? Niets daarvan. De financiering van het eigen onderzoek gebeurt bijvoorbeeld door extracten van de resultaten beschikbaar te stellen voor partijen die daar op hun manier geld mee kunnen verdienen. Bijvoorbeeld uitgevers, docenten, schrijvers van business cases … (desgewenst staat de nieuwe opdrachtgever al met zijn voorbeeldproject in de krant als hij zelf nog maar net de conclusies van het onderzoek heeft geaccepteerd).
En desnoods aan inhoudsloze procesmanagers, die zitten te springen om inspirerende invalshoeken en praktijkvoorbeelden om hun plannetjes op te leuken. Want je hoeft niet elke maand de Tour te winnen, af en toe een criterium is ook leuk voor de afwisseling.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *