Culturele sector op zoek naar verbinding

Deze post is het vierde en laatste deel van de bijdrage ‘Kunst tussen crisis en kans’. Eerder werd het gehele artikel geplaatst in Den Haag Centraal, met medewerking van grote culturele instellingen in de Hofstad, waaronder Koninklijke Schouwburg, Gemeentemuseum Den Haag, Circustheater, literair-theater Branoul, De Appel, Galerie Project 2.0 en het Residentie-orkest. Dit onderdeel gaat over het zoeken naar verbinding met de klanten, de bezoekers.

Er zijn diverse gemeenschappelijk noemers te benoemen die de culturele sector binden. De passie voor het vak, de overvloed aan ideeën en creativiteit en de ambities om er ook in tijden van tegenspoed het beste van te maken. De belangrijkste ambitie van dit moment is echter de crisis te overleven, waarbij de sector de komende jaren zich vooral zal richten op het zoeken naar verbinding met de bezoekers. Hoe zorg je als instelling ervoor dat klanten blijven terugkeren? Hoe verlaag je de toegankelijkheid van de instelling, hoe neem je barrières voor het publiek weg? En hoe zorg je voor een band tussen instelling en bezoeker? Het is allang niet meer ‘wij bieden aan en u kunt bij ons langskomen’, maar ‘hoe zorgen we voor een dusdanige beleving bij de bezoekers dat ze geld uitgeven en terug blijven komen’.

‘Het publiek wil verrijkt worden, wil een beleving’, stelt Oscar Wibaut, van de Koninklijke Schouwburg , ‘en daar moet dus een brug geslagen worden’. Toch wil men ook in deze tijd niet overgaan op “U vraagt en wij draaien”. Bij commerciële partijen zoals het Circustheater is de latente behoefte van het publiek leidend, maar ook zij zoeken het publiek dat bij de voorstelling past. Dat is niet anders bij de Koninklijke Schouwburg. ‘We stellen de programmering zodanig samen dat het een hoog gehalte van relevantie heeft, waarna we op zoek gaan naar het publiek dat bij dergelijke voorstellingen past. Een Hamlet in het Koerdisch kan een groot succes zijn, als we de doelgroep maar weten te bereiken’.

Van den Oever, die als galeriehouder zonder subsidie moet uitkomen, heeft verrassend genoeg een niet geheel afwijkende gedachte hierover. ‘Geld verdienen is nooit mijn primaire doel geweest. Ik volg mijn hart, ik wil leuke en mooie dingen bieden die de mensen een unieke belevenis biedt. Daartoe ben ik ooit begonnen met een laagdrempelige kunstuitleen, waar men kunst kan huren of er voor sparen, later aangevuld met twee galeries die zich meer up-market begeven. Zo groei niet alleen ik, maar ook mijn publiek’. Het zoeken naar verbinding betekent niet in alle gevallen dat direct een grote markt wordt gezocht of commercieel wordt geprogrammeerd.

‘Een elitaire uitstraling kan ook positief zijn’, aldus Schwarze van Branoul, ‘we spreken nu eenmaal een specifieke doelgroep aan. We moeten zien juist die meer bij onze activiteiten te betrekken, die band aan te halen. Alleen maar commercieel denken is te eenzijdig, er is altijd ruimte voor kleinschaligheid en vernieuwing.’

Een kleinschalige aanpak, die we natuurlijk ook terug zien bij de individuele kunstenaars, zoals bij Anat Ratzabi, beeldend kunstenares in Den Haag. “Als beeldend kunstenares heb ik mijn artistieke en financiële onafhankelijkheid altijd centraal gesteld . Hoe moeilijk het soms ook was ik wilde niet afhankelijk zijn van subsidies. De laatste periode merk ik dat, ondanks de crisis er wel degelijk mogelijkheden zijn. Ik merk dat ik in mijn ondernemerschap om ook een bestaan te vinden tegen grenzen aanloop, die ik tot voor kort niet kende . Ik volg mijn passie en mijn kunsthart. Ik krijg met allerlei voor mij nieuwe dingen te maken zoals het ontwikkelen van een artistiek en een financieel gezond concept, contractuele zaken , sponsoring en het voeren van zakelijke gesprekken met grote organisaties. Hiervoor heb ik niet de kennis en ervaring. Noodzakelijke professionele expertise en ondersteuning heb ik nodig en gelukkig ook gevonden . Het aller belangrijkste voor mij is om mijn artistieke ambities te kunnen realiseren, en besef nu nog meer dat ik de vele facetten van cultuur ondernemerschap wil en moet verkennen. I

Ik weet dat er ook veel collega-kunstenaars zijn die wel van subsidies afhankelijk zijn. Maar het effect hiervan ook in artistieke zin is dat de subsidieregels zo zijn dat deze collega’s altijd afhankelijk zullen blijven van subsidies. Vooral in de mentale betekenis. Ik geloof in mijn artistieke ambities en kwaliteiten en daar moet ik partners in verbinding in vinden, die ook in mijn artistieke ambities en kwaliteit geloven”.

Dit is het vierde en laatste deel over de kunstensector in de crisis.

Het artikel is geschreven door Rob de Wit, Lizet Baars en Gyuri Vergouw, die tezamen The Artifacts hebben opgericht, een adviesbureau dat kennis van cultuurkenners, cultuurdragers en adviesprofessionals samenvoegt om de culturele sector op zaken als ondernemerschap, doorlichtingen, efficiency en her-oriëntaties te ondersteunen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *