De voorkeur voor bevestiging (2, ‘De Strafschop’)

Het dodo effect

Over gedragsverandering in organisaties

In mijn (auteurs)leven ben ik een sterke vorm van de voorkeur voor bevestiging tegengekomen. Je zou het zelfs de voorkeur van een hele natie kunnen noemen. Het is een herkenbaar voorbeeld, want zelfs als je niet van voetbal houdt, weet je dat Nederlandse voetballers niet echt de beste strafschopnemers ter wereld zijn. Integendeel, we behoren tot de drie slechtste landen ter wereld. Hoe kan dat? Ik ben dat vanaf 1998 gaan uitzoeken. Na de halve finale van het wereldkampioenschap in datzelfde jaar, waarin Oranje als vanzelfsprekend na strafschoppen werd uitgeschakeld door Brazilië, besloot ik onderzoek te doen naar de grote vraag die veel voetballiefhebbers toen (en overigens nu nog) bezighield: kun je nu wel of niet op het nemen van strafschoppen trainen? Voorafgaand aan het verschijnen van mijn boek ‘De strafschop, zoektocht naar de ultieme penalty’ medio 2000, waren tot mijn verrassing bijna alle reacties negatief: ‘Waarom zou je over strafschoppen een boek schrijven, iedereen weet toch dat je daar niet op kan trainen.’

 

Ik was bang om met de 4.000 boeken die ik in eigen beheer had laten drukken te blijven zitten. Ondanks een optreden bij het destijds populaire Nederlandse programma Barend & Van Dorp. Daar gaf ik aan dat op basis van mijn onderzoek, gebaseerd op internationale studies, interviews (o.m. met Jan Mulder, Jan Reker, Hans van Breukelen en Gerrie Muhren) en statistieken en beelden van duizenden strafschoppen maar één conclusie kon worden getrokken: dat was dat je wel degelijk op strafschoppen kon trainen. (NB als de conclusie anders was geweest, had ik dat ook vermeld, ik heb en had geen persoonlijke voorkeur voor wel of niet trainen!). Het hele land viel over mij heen. Wat ik zei was belachelijk, allerhande beroemde spelers (overigens vooral zij die in het verleden een belangrijke strafschop hadden gemist) vertelden dat je op penalty’s niet kon trainen. Gelukkig had ik de kracht en de bewijzen van de analyses. Had ik het verkeerd gezien? De druk was ongekend, maar ik had mijn huiswerk gedaan.

Ik besloot mij niet gek te laten maken door de tegenstroom en vast te houden aan mijn analyses. Toen drie weken later het Nederlands elftal vijf van de zes strafschoppen tegen Italië miste, stond de wereldpers op mijn stoep. Zeker omdat ik vooraf had gezegd dat Frank de Boer en Patrick Kluivert de strafschoppen NIET moesten nemen en zij dit natuurlijk wel deden (driemaal mis, eenmaal raak in halve finale EK 2000). Natuurlijk bleven de spelers zeggen dat het een ‘loterij’ was, maar dat gold en geldt alleen voor Nederlandse spelers. Nederlandse profs missen vele malen vaker een penalty in een shootout dan Duitse profs. Afhankelijk van hoe je meet (landenteams; Champions League, competitie) tot wel 7 maal vaker. Nog een leuke tip uit 2000 die ik op televisie bekendmaakte: waarom wissel je de keeper niet vlak voor tijd door een andere doelman die beter is in het stoppen van penalty’s? (1) Dat werd mij toen niet in dank afgenomen, niet door spelers, trainers, de KNVB en zelfs de sportpers. Ik snapte volgens hen niets van voetbal. Belachelijk idee. Slecht voor het zelfvertrouwen van de 1e keeper. Toen Louis van Gaal dit tijdens het WK van 2014 invoerde, vond iedereen het plots ‘geniaal’.

Hoewel wereldwijd nu alle onderzoeken mijn conclusies uit 2000 bevestigen, wil een groot deel van de voetballers er nog steeds niet aan. De volgende reactie krijg ik met grote regelmaat: ‘Ik ben het met je oneens.’ ‘Heb je mijn boek gelezen?’, antwoord ik altijd. Om dan te horen: ‘Nee, dat hoeft niet, want ik weet dat ik gelijk heb.’ Er ontstaat zelfs geen discours. Ik sta er voor open, maar het ontstaat gewoon niet. Men wordt boos. Voorbeeld: in november vorig jaar werd ik geinterviewd door Omroep Brabant. Op dat moment had PSV 7 van de laatste 11 strafschoppen gemist. Wat ik daarvan vond. Ik geef toe, ik heb mij niet ingehouden, maar na 16 jaar kennisoverdracht mag je van professionals ook wel iets verwachten. Ik memoreerde dat huidige PSV-trainer Cocu ooit een belangrijke strafschop had gemist (WK 1998) en toentertijd aangaf dat je niet op de pingel kon trainen. Dat 7 van de 11 strafschoppen missen internationaal een zeer slechte score is en dat dit veel beter kan als je maar op de juiste wijze traint, et cetera. De kritiek een dag later vanuit het management van de club was niet mals. Directeur Gerbrands, die ik overigens bijzonder hoog heb zitten en een fantastische manager vind(!), noemde wat ik zei ‘onzin’, ‘er wordt wel getraind bij PSV op strafschoppen’ en hij riep de media op mij ‘geen podium’ meer te bieden. So far so good.

Maar ja, precies op diezelfde dag wordt ook PSV spits Locadia, die net twee strafschoppen had gemist, geïnterviewd door de Telegraaf. Op de vraag of men bij PSV trainde op strafschoppen stelde hij: ‘Ik train nooit op strafschoppen. Ik heb de techniek om ze goed in te schieten en de spanning van een wedstrijdsituatie kun je toch niet nabootsen.’ (2) Zoiets dreunt door. De beslissende strafschop van flankspeler Narsingh tegen Atletico Madrid liet zien dat hij de basisprincipes niet kent. Gelukkig hoef ik het niet meer te zeggen. Voormalig topspits Pierrre van Hooijdonk was nog vernietigender in zijn oordeel dan ik (3). Zonde, door het heersende Nederlandse vooroordeel loopt PSV nu een kwartfinale tegen Barcelona en ongeveer 9 miljoen euro mis.

Conclusie: mensen die tegen het heersende vooroordeel ingaan, moeten vooral niet verwachten populaire jongens/meisjes te worden. Toch verwachten wij van medewerkers een voldoende mate van ‘tegenspraak’. Het voorbeeld laat zien, hoe lastig dat is en hoe hard de tegenstand kan zijn. Je moet er maar zin in hebben.

(1) Zie: www.barendenvandorp.nl, 10 juni 2000. Na +/- 30 minuten.

(2) http://www.telegraaf.nl/telesport/voetbal/psv/24769307/__Locadia_wil_penalty_s_nemen__.html#voetbal/227/fixtures/

(3) http://www.bd.nl/algemeen/sport/voetbal/van-hooijdonk-ik-walg-van-zo-n-strafschop-van-narsingh-1.5828322

Het dodo effect

Over gedragsverandering in organisaties

Dit is het tweede deel van een serie van drie over de ‘confirmation bias’ oftewel de voorkeur voor bevestiging. De serie is afkomstig uit het boek ‘Het dodo-effect, over gedragsverandering in organisaties’. Bestelinformatie: isbn 97890244038514 | 184 pagina’s | paperback en gratis-e-book| € 20,00. Verkrijgbaar via de bekende on- en offline kanalen en online nu ook via boekhandels als Donner, Het Martyrium en boekhandel Jimmink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *