Missie en Visie in begrijpelijke taal (1)

Ik lees nog vaak onbegrijpelijke artikelen en boeken over de begrippen missie en visie. Bij de totstandkoming van mijn boek ‘Oranje wereldkampioen’ heb ik daar ook mee geworsteld. Hoe kan ik nu een helder verhaal schrijven over wat missie en visie inhoudt, wat het wel en niet moet zijn en wat de kern ervan is? Het heeft mij in 2010 heel wat hoofdbrekens gekost, maar ik kijk er nu met plezier op terug en het resultaat vind ik nog steeds leuk en ter zake doende.

In een aantal postings die de komende weken kort achter elkaar geplaatst  zullen worden, zal ik je beide begrippen uitleggen en toelichten, waarbij het Nederlands elftal als case studie is gebruikt.

Missie = Ambitie
Als er één onderwerp in het management is, waarover veel onduidelijkheid bestaat, dan is het wel de missie of de visie. In essentie gaat het om de ambitie van de organisatie die vertaald wordt in kernachtige statements. Althans dat hoop je. Wie de jaarverslagen van grote ondernemingen er echter op naslaat, komt al te vaak taalkundige monsters tegen die òf onbegrijpelijk òf weinig inhoudelijk zijn. Dit leidt ook vaak tot wat lacherig gedrag bij de medewerkers van deze organisaties die volgens deze missies moeten werken. John Rock, een oud-directeur van General Motors bracht de algemeen heersende gevoelens over missies en visies mooi tot uitdrukking: ‘Een visie? Dat is een paar kerels die hun jas en das uittrekken, zich een paar dagen in een motel terugtrekken, daar een paar prachtige volzinnen op papier zetten, om vervolgens terug te keren naar de bezigheden van alledag.’1

Dat een goede missie of visie echter wel degelijk belangrijk is blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse adviesbureau Watson Wyatt. Bedrijven waarvan de medewerkers de missie en doelstellingen begrijpen, kennen volgens het onderzoeksbureau een liefst 29% hogere winst dan ondernemingen waar dit niet het geval is. En u kunt geen strategische beleidsdag bezoeken of er zal worden gerefereerd aan Alice in Wonderland, het sprookje van Lewis Carol, waarin de volgende dialoog voorkomt:

Cheshire Kat, vroeg Alice. Wil jij mij alsjeblieft vertellen welke kant ik op moet vanaf hier?
Dat ligt er voornamelijk aan waar jij naartoe wil, zei de Kat.
Dat kan mij niets schelen, zei Alice.
Dan doet het er niet toe welke kant je opgaat, zei de Kat.

Mooier kan de noodzaak van een duidelijke missie en visie niet worden beschreven.

En Oranje? Heeft ons nationale elftal wel een visie of een missie? Henk Kesler, algemeen directeur van de KNVB, blikte kort na de kwalificatie van Oranje alvast vooruit naar het wereldkampioenschap van 2010 in Zuid-Afrika. Kesler legde de lat hoger dan hij eerder had gedaan, toen was uitgelekt dat Nederland de halve finale moest halen. ‘De ambitie is bijgesteld’, aldus Kesler, ‘we gaan nu voor een eerste of tweede plaats. Daar is Bert van Marwijk het overigens helemaal mee eens. Sport gaat om prestaties en als je een toonaangevend voetballand wilt zijn, móet je ambitieus zijn. We staan bekend om onze uitstekende opleiding en bezetten de tweede plaats op de FIFA-ranking. Dan mag, nee móet, je de lat hoog leggen. Het is nu natuurlijk niet zo dat we de topfavoriet zijn op het WK, maar met dit elftal moeten we zeker een rol van betekenis spelen’, zo liet Kesler door De Telegraaf optekenen.

Bondscoach Bert van Marwijk reageerde direct op de uitlatingen van zijn directe baas: ‘De druk kan wat mij betreft niet hoog genoeg zijn. Maar die druk leggen we onszelf op. Daar kan Henk Kesler niet overheen’.
De bovenstaande dialoog geeft het belang van een eenduidige missie voor het belangrijkste Nederlandse voetbalelftal aan. Zelden is voorafgaand aan een kampioenschap een zo heldere uitspraak over de doelstellingen van de KNVB te horen geweest. Wat dat betreft doen de écht grote voetballanden het beter. In Duitsland, Brazilië of Italië zal geen bondscoach of directeur van een nationale bond het in zijn hoofd halen de ambities naar beneden bij te stellen. Die ambitie luidt al sinds het begin van de wereldkampioenschappen voetbal in de jaren dertig van de vorige eeuw: winnen. En dat lukt dan ook aardig, want de betreffende landen hebben tezamen 12 wereldtitels behaald. Dat legt ook verplichtingen op.

Teammanager Olivier Bierhoff van die Mannschaft gaf al in de zomer van 2009 in boulevardkrant Bild aan dat Duitsland te allen tijde voor de wereldtitel dient te strijden. Hierover bestaat bij onze Oosterburen nauwelijks discussie. ‘Dat moet, dat zijn wij aan onze stand verplicht. Tot aan de finale is het een lange weg, waarin veel kan gebeuren. Maar met dit team moeten wij deze ambitie nu eenmaal hebben’, aldus voormalig topspits Bierhoff, die zijn land zélf in 1996 de Europese titel schonk door het beslissende doelpunt tegen de Tsjechen te scoren. In de verlenging, zoals het onze Oosterburen betaamt. Bierhoff eist in hetzelfde interview ook dat het Duitse team in vriendschappelijke wedstrijden voluit gaat. Alleen dan leer je volgens hem omgaan met druk en stress en test je jezelf pas echt.

Lees vervolg in deel 2.

Tekst afkomstig uit:

‘Oranje wereldkampioen, managementlessen om te winnen’ 2010

© Gyuri Vergouw

Noot:

[1] Ontleend aan: Samhoud Magazine, aug. 2005, pag. 14.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *