Zaken doen in…..Budapest (2)

Budapest 2011 Parliament from Fishersbastion c G. Vergouw

In dit tweede artikel over Boedapest meer aandacht voor de bewoners en de cultuur, want dat is en blijft toch een van de mooiste zaken om te bestuderen. Dat de Hongaren na elke act in de opera de handen stuk klappen EN dat de hoofdrolspelers dat ook elke act persoonlijk voor het gordijn in ontvangst nemen bijvoorbeeld. Dat er overal een bordje aan de gevel hangt om een unieke prestatie van een Magyaar te celebreren, bijvoorbeeld dat hij hier met Wagner heeft gespeeld, er een keer heeft overnacht of de eerste regel van zijn gedicht heeft geschreven. Opvallendst was juist echter dat ik zo weinig verschillen aan de oppervlakte kon ontdekken, dat was vroeger wel anders!In het eerste artikel heb ik al aangegeven hoezeer de stad is veranderd. Tot eind jaren negentig nog veel Trabanten, Lada’s en Skodas door de straten, een verschrikkelijke smog achterlatend, vooral in de zomer. Om over de bussen maar niet te praten. Overigens reden die wagens prima over de hobbelige wegen, met hun rigide karkas en soepel vering. Storingen van het elektriciteitsnet waren toentertijd de normaalste zaak van de wereld en het kraanwater smaakte zo naar chloor en zag er zo bruin uit dat je nog beter een glas water uit het Zuider-bad na een dagje voor naakt-recreanten kon drinken.

Geen wonder dat de mensen er toentertijd slecht uitzagen. Er werd veel gerookt, veel gedronken en de variëteit in het eten was heel beperkt, vooral in een zo grote stad als Boedapest. Om over de medische verzorging maar te zwijgen. De kwaliteit van leven was matig en dat vertaalde zich in een bevolking die zwaarmoedig was en dat ook gedurende een groot deel van de dag uitstraalde. Waarom zou je je druk maken als het toch geen verschil maakte voor je inkomen, je carrière of verdere toekomst.

Ik ben zelf niet zo’n pleitbezorger voor het kapitalisme, maar je kan niet ontkennen dat de mensen er nu gemiddeld genomen beter uitzien dan toen. Gezonder, vrolijker, enthousiaster. Dat vertaalt zich in uiterst servicegericht gedrag in winkels en hotels. Men wil HEEL graag.Engels spreken vindt men prachtig, men oefent liefst zo veel mogelijk. wellicht is de droom om ooit naar Amerika te gaan nog steeds bij velen aanwezig, dat is en blijft, naast Duitsland en Zwitserland, toch voor veel Hongaren het beloofde land. En ze hebben natuurlijk veel voorbeelden, want vele filmsterren en regisseurs uit de jaren veertig en vijftig hadden natuurlijk ook Hongaarse roots, zoals ZsaZsa en Eva Gabor, Tony Curtis, Michael Curtiz, Alexander Korda, Peter Lorre,  en Billy Wilder. De gouden jaren van de Hongaarse cinema waren dus in de jaren veertig en vijftig in Amerika! Maar ook hier, teveel terugkijken op het gouden verleden (het gouden voetbalteam uit 1951-1954!) leidt ook tot stilstand. Vernieuwing en melancholisch terugkijken naar het verleden vechten hier nog steeds om voorrang.

De jonge mensen gaan goed tot uitstekend en modern gekleed. Het onderscheid met het westen in bijna verdwenen en eerlijk gezegd denk ik dat de Magyaren het nu stilistisch gemiddeld beter doen dan wij hier. Men luistert naar dezelfde muziek, drinkt dezelfde hippe dranken en loopt op dezelfde gympen met hetzelfde aantal strepen of figuurtjes erop. Dat vind ik ook wel weer erg jammer. Je kan het namelijk ook Europese eenheidsworst noemen. Het maakt de jeugd echter een stuk gelukkiger zo te zien, en dat lijkt mij toch het enige dat telt.

De wens goed Engels te spreken is immens, men is er trots op als men accentloos Engels spreekt, vaak beter dan het boerenkool-Engels waar wij Nederlanders zo trots op zijn. Bij een gemiddelde toespraak van een Nederlands politicus, tv-presentator (Paul de Leeuw) of CEO luister je toch met gekromde tenen, U weet wel, ‘I always get my sin’.  De wens van de Hongaren internationaal mee te tellen is groot. Niets liever dan bij Europa horen en de Euro te hebben, de devaluatie daarvan valt in vergelijking met de Forint tenslotte altijd nog reuze mee. En men wil vooral niet geassocieerd worden met Oost-Europa en de Slavische landen. Dat kan nog wel even duren, want als ik mijn buurtbakker vertel dat ik uit Boedapest kom, zegt het winkelmeisje van pakweg 18 lentes jong: ‘Gaaf, ik heb ook altijd naar Boekarest gewild’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *