Aantrekkelijke CEO? Hogere winst?

Heeft u weleens goed gekeken naar het gezicht van uw CEO? Nee? Dat wordt dan hoog tijd, want de analyse van het gezicht van de baas blijkt een goede voorspelling te geven van de resultaten van de organisatie. ‘The Economist’, nou niet echt een blad waar je dit soort artikelen verwacht, publiceert deze week ‘Face Value, what the boss looks like determines how he performs’. Eigenlijk best eng. We weten tenslotte welk een invloed dergelijk onderzoek in de periode voorafgaand aan WO 2 had. Maar goed. Uit onderzoek blijkt nu dat een assessment van een foto van een CEO een uitstekend inzicht geeft in diens capaciteiten. Is de tijd nu rijp voor plastische chirurchie voor CEO’s uit bijvoorbeeld de bankenwereld?

Je kan ‘The Economist’ niet verwijten dat ze niet serieus is. Des te opvallend is het dat het zakenblad aandacht schenkt aan het toch wel opzienbarende onderzoek van de Amerikaanse Tufts Universiteit. Dit onderzoek is een reaktie op onderzoek uitgevoerd door de Universiteiten van Yale en Pittsburg, waarbij werd gezocht naar de relatie tussen persoonseigenschappen van CEO’s en het succces van de door hen bestuurde organisaties. In dit onderzoek werd senior managers gevraagd de CEO’s te beoordelen op facetten als het communiceren van een uitdagende visie op de toekomst en de mate waarin de CEO een rolmodel voor anderen was. Er bleek geen correlatie te zijn.

Kort voor deze resultaten bekend werden had Tufts University al ontdekt dat mensen die een 2 seconden durend filmpje van professoren bekeken heel goed in staat bleken te zijn de performance van deze hoogleraren te beooordelen. De uitkomsten bleken wonderwel overeen te komen met de eindresultaten en de beoordelingen van deze professoren na een heel semester. In een nieuw onderzoek zijn deze wetenschappers nu een stap verder gegaan. Is de performance van een CEO vast te stellen op basis van 1 foto?

Daarvoor lieten de beide wetenschappers 100 studenten fotos zien van CEO’s van de 25 best en de slechtst presterende bedrijven uit de Fortune 1.000 zien. De helft van de studenten werd op basis van de foto’s gevraagd hoe goed men dacht dat de betrokken CEO leiding gaf, de andere helft vaan de studenten moest de personen beoordelen op 5 persoonlijkheidskenmerken: competentie; dominantie; aardigheid; volwassenheid van het gezicht en betrouwbaarheid. Niet onverwacht waren alle fotos van blanke mannen, zodat verschillen op basis van ras of sexe waren uitgesloten. Ook werden de fotos ‘gecontrolleerd’ voor leeftijdsverschillen, de emotionele expressie e.d. door ook hierop te laten scoren, waardoor met statistische methoden de invloed die hiervan uitging kon worden verwijderd.

De resultaten van het onderzoek waren opzienbarend. De studenten gaven zeer accurate beoordelingen. Zowel het leiderschapspotentieel van de CEO’s als de onderzochte persoonseigenschappen waren significant gerelateerd aan de winsten van de ondernemingen. Dat kan verstrekkende gevolgen hebben. Zijn instant assessments door relatieve onwetenden (niemand herkende bijvoorbeeld Warren Buffett) nauwkeuriger dan assessments door professionals? En hoe ver kan en mag je gaan in het beoordelen van mensen op basis van hun uiterlijk? We weten inmiddels uit onderzoek (wie helpt mij aan de basisdata?) dat knap uitziende medewerkers grotere loonsverhogingen krijgen dan minder knappe medewerkers. Impliciet is het dus al zo dat we op uiterlijk beoordelen. Waarom dit dan niet verder onderzoeken? Het kan er tenslotte ook voor zorgenn dat we onze eigen vooringenomenheden uit gaan sluiten. We weten echter ook tot welke uitwassen en misbruik dergelijk onderzoek, bijvoorbeeld van Lombroso naar het uiterlijk van criminelen, kan leiden. Moeten we dit niet een halt toeroepen? Je moet er toch niet aan denken dat mensen plastische chirurchie op hun gezicht laten toepassen om ‘geloofwaardiger ‘ over te komen. Of moeten we zeggen: ach, er gaan al zoveel mensen naar de plastisch chirurg om er knapper uit te zien, waarom dan niet om er aan te gaan verdienen of een betere baan door te krijgen?

Kortom, het was voer voor psychologen, het is voer voor psychologen en het zal nog wel even voer voor psychologen blijven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *