Managementlessen uit militaire besturingsconcepten (1)

Het decembernummer van Managementboek Magazine heeft als coverstory het werk van Jaap Jan Brouwer, militair historicus en managementdenker. 1minutemanager was het blad ruim voor, want al in maart 2010 verscheen een interview met Brouwer in mijn laatste boek ‘Oranje wereldkampioen’, als illustratie bij het onderdeel ‘Voetbal is oorlog’. Verrassende inzichten, want neem bijvoorbeeld de volgende quote: ‘Juist de Duitsers hebben het drillen van manschappen als eerste afgeschaft’. Mooie lessen voor managers, voetballiefhebbers en militair geïnteresseerden. Vandaag deel 1, binnenkort deel 2.

Brouwer: ‘Ik zie duidelijke overeenkomsten tussen de resultaten in het voetbal en de gehanteerde strategieën en de wijze waarop diverse landen in het verleden oorlog hebben gevoerd. Als je naar de strategieën van de Amerikanen, de Engelsen en de Duitsers kijkt tijdens de Tweede Wereldoorlog, dan zie je dat juist de Duitsers een zeer uitgebalanceerd visie op hun organisatie en wijze van oorlogvoering hadden en deze ook tot in detail hadden uitgewerkt. Ze legden de verantwoordelijkheden laag in de organisatie, waardoor de afzonderlijke eenheden een hoge mate van zelfstandigheid kenden. Wel binnen de kaders zoals die vooraf waren gecommuniceerd. Die hele visie van de organisatie was goed ingebed bij alle manschappen, ze wisten precies wat wel en niet konden en mochten doen. Dat maakte het Duitse leger zo sterk en effectief.

Wat mij tijdens mijn onderzoek opviel is dat de Duitsers toentertijd zoveel waarde hechten aan de lessen uit de dagelijkse praktijk. Tot aan het eind van de oorlog werden zogenaamde ‘Erfahrungsberichten’ opgesteld, waarin de troepen melding maakten van acties in het veld en van datgene wat men ervan had geleerd. Zo ontstond in wezen een lerende organisatie, een leger dat van de eigen successen en fouten bleef leren. Op dagelijkse basis. Voor de Duitsers was het ‘to learn or to perish’. Als er niet geleerd werd en geen aanpassingen zouden worden gemaakt in het beleid, dan zouden de Duitsers sowieso verliezen, omdat ze per definitie altijd minder manschappen hadden dan de tegenstanders. Het is dan ook opvallend hoe snel de Duitsers hun tactieken op basis van deze Erfahrungsberichte konden wijzigen, soms zelfs binnen één dag.

De Duitsers waren dus eigenlijk meesters in het improviseren. Dat zou je niet denken als je al die oorlogsfilms ziet, maar het is wel zo. Dat staat ook in schril contrast met bijvoorbeeld de Engelsen en de Amerikanen. De Amerikanen werkten toentertijd bijvoorbeeld veel planmatiger en bleken weinig creatief te zijn. De manier waarop soldaten in het Engelse en Amerikaanse leger werden behandeld was veel meer gericht op drillen en vernederen dan bij de Duitsers. Je zou ook dat niet verwachten, maar ook dat is zo. Het drillen van soldaten werd al in 1906 in Duitsland afgeschaft door Von Ludendorff.die een uitgesproken hekel aan de dril had en deze beschouwde als ineffectief om sociale cohesie te verkrijgen binnen eenheden. Hij noemde deze wijze van benaderen ‘mechanisch’ en ‘extern’. Het drillen van grote groepen manschappen vergeleek hij met het trainen van honden en als een benaderingswijze die jonge mensen hun persoonlijkheid ontnam. De methode die hij propageerde was het verkrijgen van ‘interne’ of ‘zelfdiscipline’ (Innere Führung). Hij legde de nadruk op gezamenlijke waarden, normen en opvattingen over plichtsbesef. Deze interne of zelfdiscipline diende ervoor te zorgen dat de manschappen ook buiten het blikveld van officieren hun verantwoordelijkheden kenden en nakwamen als zelfstandig denkende personen. Het wereldbeeld van de Duitsers was toen al veranderd. Soldaten waren vanaf 1906 weldenkende mensen en het leger moest gebruik maken van hun intelligentie.

Daar zie ik wel een groot verschil tussen Duitsland en Nederland. In Duitsland kan je verantwoordelijkheden weliswaar laag in de organisatie plaatsen en mensen zelfstandig laten (mee)denken, maar er blijft sprake van één club, van één team. Samenwerking en teambuilding en – performance staan centraal. Men blijft werken vanuit de visie en als iemand met gezag iets voorstelt, wordt dat geaccepteerd. In Nederland wordt het plaatsen van verantwoordelijkheden laag in de organisatie al snel verward met ‘ieder voor zich en God voor ons allen’. Het worden dan al snel allemaal BV’tjes. Dat is in het voetbal vergelijkbaar met de wijze waarop spelers van het Nederlands elftal vaak opereren. Managers zijn in Nederland ook niet meer bereid of bekwaam gezag in te zetten of macht uit te oefenen. Het is eigenlijk een beetje een slap verhaal aan het worden.’

Binnenkort deel 2.

Mr. Drs. Jaap Jan Brouwer is auteur van diverse boeken over strategie en management in tijden van oorlog, waaronder: Krijgskunde en Ondernemingstrategie (als bewerker van de klassieker van Robert Ogilvy) en Schaduwen over de woestijn, strategie, management en organisatie van het Duitse en Britse leger van Versailles tot El Alamein.

‘Oranje wereldkampioen, managementlessen om te winnen’, waarin het interview met Jaap Jan Brouwer is opgenomen, evenals interviews met Foppe de Haan, Jaap de Groot e.a. is ook verkrijgbaar via managementboek.

 

2 thoughts on “Managementlessen uit militaire besturingsconcepten (1)”

Tako Hofstra 9 jaar ago

De aanpak van de Duitsers in WOII wordt ook heel duidelijk verwoord in het nieuwe boek van JJ Brouwer: Stop de Amerikanen! Als je dat leest krijgt het nog meer betekenis.

Managementlessen uit militaire besturingsconcepten (2) – 1 Minute Manager 9 jaar ago

[…] Managementlessen uit militaire besturingsconcepten (1) […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *