Zaken doen in….Engeland

Voor ondernemers lijkt niets logischer dan zaken te doen in buurland Duitsland of in Engeland. ‘We’ spreken tenslotte de talen goed, althans dat denken we maar al te graag, en ook qua mentaliteit en culturele achtergrond lijken we niet veel af te wijken van deze nabije buren. Engeland lijkt daarbij lang onze favoriet te zijn geweest, mede doordat we als Nederlanders menen de Engelsen uitstekend te begrijpen en tevens vinden dat de taal geen barrière vormt. ‘We’ kunnen ons daarnaast beroepen op succesvolle fusies uit het verleden zoals Royal Dutch Shell en Unilever. Helaas heeft dit imago de laatste 20 jaar een flinke deuk opgelopen. De ‘ fusie’ tussen DAF en Leyland was een drama, de overname door British Steel van Hoogovens (Corus) heeft de hoge verwachtingen evenmin waargemaakt. Wellicht is daarom zelfs een voor de hand liggende fusie als die tussen British Airways en KLM nooit tot stand gekomen. De cultuurverschillen lijken groter te zijn dan gedacht. Tijd voor een korte reflectie op onze oude (voor)liefde.

Na ongeveer 15 jaar trainingen in Engeland te hebben gegeven durf ik het volgende wel te beweren: de Engelse taal behoort zowel tot de makkelijkste als de moeilijkste talen ter wereld. Makkelijk omdat de basis eenvoudig te leren is. Iedereen in Nederland spreekt wel een beetje Engels. Moeilijk omdat er tal van begrippen, nuances en complexe taalstructuren zijn die voor Nederlanders altijd moeilijk te vatten zullen blijven. Of weet u direct wat een ‘function room’, een ‘ concourse’ of ‘me pants’ betekent? En denkt u nu echt dat een Engelsman/-vrouw echt meent wat hij/zij zegt als ze ‘interesting’ en ‘really’ zeggen als u ze een voorstel doet? Nee toch? Om over de letterlijke vertaling van spreekwoorden, ‘slang’ of regionale verschillen in uitspraak en nuances maar te zwijgen.

Kortom, het lijkt allemaal zo eenvoudig, maar het kan behoorlijk ingewikkeld zijn. Neem bijvoorbeeld het feit dat men enerzijds groot respect voor de Nederlanders in Engeland heeft, maar aan de andere kant ons ook behoorlijk ‘rude’ kan vinden. Nederlander zeggen tenslotte direct wat ze van iets vinden, iets waar een Engelsman een stuk voorzichtiger mee is. Ook in het gebruik van een woord als ‘please’ blinken we in Nederland niet uit. We beseffen het misschien niet, maar Nederlanders zijn in vergelijking tot de Engelsen superdirect en to the point.

Soms is het best logisch dat ons de kennis ontbreekt. Je moet een fervent BBC kijker zijn om te weten wie bijv. Jools Holland of Jonathan Ross zijn. Daarnaast behoren woordgrappen (erfenis van Oscar Wilde?) tot de core business van een gemiddelde Engelsman, en je moet ook behoorlijk ingevoerd zijn in muziek, films en tv-series en -helden om de veelheid aan grappen en grollen te begrijpen. Met woorden zijn ze echt onverslaanbaar, zoals de vaak hilarische koppen in kranten dagelijks bewijzen.

Feit is daarnaast dat het voor veel Engelsen tot op de dag van vandaag moeilijk te verteren is dat de wereld om hen heen is veranderend en dat het Verenigd Koninkrijk niet meer de navel van de wereld is. De mijnen zijn allang dicht, de fabrieken sluiten, van een auto of motorindustrie is haast geen sprake meer, politiek is de invloed beperkter dan ooit en zelfs het voetbal wordt volledig gedomineerd door spelers en trainers van het continent. Om over het cricket en tennis maar te zwijgen.

Een andere aspect dat nog springlevend is in Engeland, al is het soms onderhuids, is het klassenverschil. Wie probeert op de grote universiteiten (Oxford; Cambridge) binnen te komen, heeft absoluut een streepje voor als een van de ouders er ook heeft gestudeerd. Onafhankelijk van de eerdere studieresultaten, zo werd mij althans meegedeeld.

Zelf kan ik het prima vinden met de Engelsen, die ik correct en prettig in de omgang vind. Ook qua duidelijkheid in de verstrekking van opdrachten, de beoordelingen en betalingen heb ik nooit enig probleem meegemaakt. Je bent dan weliswaar gebonden aan het feit dat je Engels moet spreken en daar behoorlijk in moet blijven investeren, maar dat zijn wij als Nederlanders natuurlijk toch wel gewend. Je moet alleen wel kritisch blijven. Hoe vaak heb ik niet Nederlanders de meest vreselijke dingen in het Engels heb horen zeggen zonder enig idee over de onjuistheid ervan.

Dat nieuwe fusies zo moeizaam blijken te verlopen heeft in mijn ogen wel degelijk te maken met het onderschatten van het verschil tussen de Engelse hierarchie in de top van het bedrijfsleven en die in Nederland. De Engelse hierarchie is vrij duidelijk. De top bepaalt wat er moet gebeuren. Vrij autocratisch en directief. Dat is door te vertalen op alle niveaus. Ik gaf ooit een cursus in Engeland waar letterlijk werd gezegd dat eigen initiatief binnen het bedrijf niet op prijs werd gesteld.

Dat werkt bij Nederlanders dus niet. Gisteren zag ik hiervan een mooi voorbeeld. In het programma ‘Andere SportTijden’ werd ingegaan op het EK van 1976, waarbij de Engelse scheidsrechter Clive Thomas twee Nederlandse spelers (Neeskens; Van Hanegem) van het veld stuurde en een grove tackle op Cruijff onbestraft liet. Een prachtig voorbeeld van een high brow, stiff upperlip en upperclass Engelsman, die Clive Thomas, die nog steeds vindt dat spelers respect voor de referee moeten hebben (terecht, maar ja) en tijdens de wedstrijd aan Van Hanegem een rode kaart geeft omdat die niet op zijn zeer directieve aanwijzing (een beetje van kom hier hond) naar hem toe komt. De reactie van Van Hanegem is typisch Nederlands: laat die scheidsrechter maar naar mij toekomen, hij wil die kaart toch geven, ik niet!

Kortom, een Engelse scheidsrechter die autoritair is en een Nederlandse voetballer die anti-autoritair is. Dat liep dus voor geen meter. Feit is dat Thomas een eerdere fout uit die wedstrijd op tv direct en ondubbelzinnig toegaf. Dus toch ook weer klasse.

Kijken we dan naar de Franse stijl, die autocratisch en directief lijkt, maar veel diplomatieker is, dan lijkt deze nu toch beter aan te sluiten bij de Nederlandse gevoelens. Geen wonder dat de CEO van Corus inmiddels een charismatische Fransman is, terwijl het bedrijf toch echt Anglo-Dutch is. En zie ook het succes van de fusie tussen Air France en KLM. U leest het goed: fusie. Want de Fransen willen niets weten van een ‘overname’!

Kortom, de liefde tussen Nederlanders en Engelsen, die blijft ondanks alles wel bestaan. Waar ik ook kom, de Engelsen zijn vol lof over die ‘crazy Dutchmen’ die ze overal ter wereld tegenkomen. En Nederlanders houden van de Britse humor en de Britse way of life, zoals blijkt uit de vele Anglofielen met Engelse classic cars en prachtig onderhouden tuintjes. De Engelsen zijn vaak vol lof over Nederlanders, al kan dit ook mistvorming zijn natuurlijk, en werken voor zover ik heb kunnen beoordelen graag met ons. Maar om zaken te doen kan ik alle Nederlandse ondernemers een tip geven: blijf investeren in de Engelse taal, door te lezen, te luisteren en te oefenen. Want als je echt bovengemiddeld Engels spreekt, kan het goed toeven en zakendoen zijn op het eiland.

Cheers mates!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *